Toegangscontrole bepaalt wie uw terrein op mag, via welke doorgang en op welk moment. In de praktijk is dat zelden één apparaat. Het is de combinatie van een poort, een poortje, een slagboom of een tourniquet met een bediening die past bij de mensen die er dagelijks doorheen gaan. Borg Hekwerk levert die onderdelen, plaatst ze en zorgt dat ze samenwerken, ook op een terrein waar al hekwerk of een poort staat.
Een poort met toegangscontrole doet twee dingen tegelijk. Hij sluit de doorgang fysiek af en hij laat alleen passeren wie daarvoor toestemming heeft. Bij een oprit of een klein terrein volstaat vaak een handzender of een app. Zodra er meerdere gebruikersgroepen zijn, bezoekers zich moeten aanmelden of toegangsrechten per persoon geregeld moeten worden, wordt de bediening het onderdeel dat de keuze bepaalt.
De poort zelf blijft daarbij een gewone poort. Een bestaande schuifpoort of draaipoort kan soms alsnog worden voorzien van een aandrijving en een besturing. Niet iedere bestaande poort is daarvoor geschikt: de staat van vleugels of loopwerk, scharnieren, palen en fundering en de beschikbare ruimte bepalen of automatisering verantwoord is. Bekijk daarvoor schuifpoort automatisering of draaipoort automatisering. Gaat het om een nieuwe doorgang, dan bepalen doorrijbreedte en ruimte naast de opening of schuifpoorten of draaipoorten beter passen. Wat er vervolgens op de besturing kan worden aangesloten, staat bij bedieningscomponenten. Bij een bestaande installatie controleren we eerst merk, aansluiting, voedingsspanning en beschikbare ingangen, en pas daarna adviseren we een uitbreiding.
Een toegangspoortje is de doorgang voor personen naast de rijbaan. Op veel terreinen is dat de plek waar toegangscontrole het meeste oplevert, want voetgangers komen vaker en op meer verschillende momenten dan voertuigen. Een looppoort met paslezer of codepaneel gaat na één signaal open en kan dus meerdere personen tegelijk doorlaten. Moet u zeker weten dat er één persoon per keer passeert, dan is een tourniquet of draaikruis de aangewezen oplossing. Welke van de twee past, hangt af van het aantal gebruikers, het toezicht ter plaatse en de beschikbare ruimte. Toegangspoortjes voor buiten vragen daarnaast om aandacht voor fundering, afwatering en corrosiebescherming.
Waar auto’s, vrachtwagens, fietsers en voetgangers dezelfde toegang gebruiken, ontstaan de meeste onduidelijke situaties. Bij gemengd verkeer is een aparte, duidelijk gemarkeerde looproute naast de voertuigtoegang vaak de veiligste en meest overzichtelijke oplossing. Voor het voertuigdeel is de keuze meestal een poort, een slagboom of een bollard. Een slagboom regelt verkeer snel en is van ver zichtbaar, maar houdt voetgangers en fietsers niet tegen. Een bollard vormt in gesloten stand een stevigere fysieke blokkade en verdwijnt bij openen volledig in de grond, maar stelt hogere eisen aan fundering, drainage en detectie.
Wie zich oriënteert op toegangstechniek komt al snel uit bij losse producten: een lezer, een slagboom, een draaikruis. In de praktijk gaat het juist mis op de plekken ertussenin. Wie geeft de passen uit? Wat gebeurt er als de voeding wegvalt? Hoe komen hulpdiensten binnen? Daarom brengen we eerst de gebruikersgroepen en de verkeersstromen in kaart en pas daarna de producten. Dat scheelt later aanpassingen aan fundering, kabelroutes en voeding, want die liggen er na oplevering niet zomaar anders bij.
Een toegangscontrolesysteem is pas af als duidelijk is wie het beheert. Medewerkers, vaste leveranciers en bezoekers hebben verschillende rechten nodig, en die rechten veranderen. Bij een pas of tag met individueel beheer kan een verloren exemplaar doorgaans worden geblokkeerd zonder dat er iets aan de poort verandert. Bij een gedeelde code is dat lastiger, want die moet dan bij iedereen opnieuw worden uitgegeven. Dat verschil bespreken we voordat er een keuze op papier staat, samen met de vraag of tijdsvensters, één- of tweerichtingsverkeer en telling nodig zijn.
Niet iedere doorgang is voor iedere gebruiker geschikt. Een standaard tourniquet is meestal niet toegankelijk voor een rolstoel, en ook een kinderwagen, een levering of een ander breed hulpmiddel past er doorgaans niet door. In die gevallen hoort er een aanvullende, ruimere doorgang in het ontwerp te zitten, met een eigen bediening en een eigen route. Voor mindervaliden betekent dat vaak een bredere looppoort naast het draaikruis, op een plek die logisch aansluit op de route naar de ingang. Welke uitvoeringen er zijn en wat ze voor doorstroming en toegankelijkheid betekenen, staat op de pagina over het tourniquet. Vlucht- en hulpdienstroutes worden apart opgelost en niet achteraf ingepast.
Op een parkeerterrein draait het vooral om doorstroming. De breedte van de rijbaan bepaalt de benodigde boomlengte van een slagboom, en het aantal bewegingen per dag bepaalt welke aandrijving nodig is. Voor bezoekers werkt een intercom of een ticket vaak beter dan een pas, simpelweg omdat zij die pas niet hebben. Moet het terrein buiten gebruikstijden volledig dicht, dan combineren we de slagboom met een poort of met hekwerk met toegangscontrole, zodat de terreinrand als geheel klopt en er geen omloopje overblijft.
Een bediening geeft een openingssignaal, maar vervangt de beveiliging van de bewegende poort niet. Fotocellen, detectie in de bewegingszone, contactlijsten, een noodontgrendeling en een juiste afstelling blijven nodig. Leg daarnaast vooraf vast wat er moet gebeuren bij stroomuitval of een storing: blijft de doorgang dan gesloten, of moet hij juist te openen zijn? Dat volgt uit het gebruik van het terrein en uit de afspraken over ontruiming, niet uit het product. Zo blijft de poortbeveiliging ook werken op het moment dat er iets misgaat.
De poort opent alleen na een geldig signaal, bijvoorbeeld van een handzender, pas, code, intercom of kentekenherkenning. Wie dat signaal mag geven en op welke momenten, wordt in de besturing vastgelegd.
Vaak wel. We controleren eerst merk, motor, besturing, voedingsspanning en beschikbare ingangen. Daarna is duidelijk welke bediening kan worden aangesloten en of de besturing uitgebreid moet worden.
Een toegangspoortje of looppoort blijft na opening kort toegankelijk en kan meerdere personen doorlaten. Een tourniquet laat na autorisatie doorgaans één persoon per cyclus passeren.
Een standaard tourniquet meestal niet. Een ruimere looppoort kan dat wel zijn. Neem een toegankelijke doorgang met eigen bediening op in het ontwerp en bepaal vooraf waar die komt.
Ja, wanneer camera, besturing en toegangsrechten daarop zijn ingericht en de detectie de doorgang veilig bewaakt. Voor bezoekers zonder geregistreerd kenteken blijft een tweede route nodig, bijvoorbeeld een intercom.
De doorgang zelf, de gewenste bediening, het aantal gebruikers en het werk aan fundering, voeding en kabelroute. Na inmeting van de locatie volgt een voorstel waarin die punten zijn uitgewerkt.
Lees ook: slagboom met kentekenherkenning, poort met codepaneel of paslezer, elektrische toegangspoort en tourniquet of draaikruis plaatsen.