Een draaipoort automatiseren betekent dat de vleugel of de vleugels door een aandrijving worden geopend en gesloten. Zo’n poort heet ook wel een vleugelpoort of een draaihek. Bedienen doet u met een handzender, een codeklavier, een intercom of een koppeling met uw toegangssysteem. Comfort is niet het enige voordeel: een geautomatiseerde poort sluit consequent, ook wanneer iemand dat vergeet.
Automatisering, automatisatie of een poort elektrisch maken: het gaat steeds om hetzelfde, een aandrijving die de vleugel beweegt, met de bediening en de beveiliging die daarbij horen. De aandrijving moet passen bij vleugelbreedte, gewicht, windbelasting, scharnierpunt, ondergrond en het aantal bewegingen per dag. Een motor lost een scheve of zwaar lopende poort niet op; die maakt het probleem alleen sneller zichtbaar. Borg Hekwerk beoordeelt daarom eerst het mechanische deel en herstelt wat nodig is voordat er een aandrijving op komt.
Een draaipoort vraagt een andere aandrijving dan een schuifpoort: hier draait een vleugel om een scharnierpunt, daar rolt een blad langs de doorgang. Gaat het u om het automatiseren van een schuifpoort of een schuifhek, dan staan de aandachtspunten bij schuifpoort automatisering, en een complete nieuwe poort met aandrijving bij de elektrische schuifpoort. Weet u nog niet welk type poort bij uw situatie past, dan helpt de vergelijking schuifpoort of draaipoort. Is er weinig ruimte voor uitzwaai en ook weinig ruimte naast de doorgang, kijk dan naar vouwpoorten.
Vaak wel. Bepalend zijn de staat van de scharnieren, de stijfheid van het frame, de ruimte bij het scharnierpunt en de vlakheid van de ondergrond onder de draaicirkel. Een poort die nu al aanloopt, doorzakt of alleen met een zet dichtgaat, gaat door een motor niet beter lopen. Bij zulke poorten wordt eerst gekeken naar het afstellen of vervangen van scharnieren, het verstevigen van de stijl of het aanpassen van de bestrating. Blijkt herstel niet rendabel, dan is een nieuwe draaipoort of een draaipoort op maat meestal de verstandiger keuze.
Een bovengrondse aandrijving zit als arm of spindel tussen de stijl en de vleugel. Die is toegankelijk, eenvoudiger te plaatsen op een bestaande poort en goed te onderhouden. Een ondergrondse aandrijving, ook wel grondmotor genoemd, zit in een put onder het scharnierpunt en blijft vrijwel onzichtbaar. Dat vraagt wel graafwerk, een put die zijn water goed kwijt kan en een vleugel die de krachten bij het scharnierpunt aankan. Bij een bestaande poort valt de keuze daarom vaker op een bovengrondse uitvoering.
Vleugelbreedte en vleugelgewicht bepalen samen de kracht die de aandrijving moet leveren. Daar komen de omstandigheden bij. Een dichte vulling vangt wind als een zeil. Een poort op een hellende oprit vraagt extra kracht. En een bedrijfspoort die honderd keer per dag opengaat, vraagt een aandrijving met een hogere toegestane inschakelduur dan een tuinpoort die twee keer per dag beweegt. Wordt de aandrijving te licht gekozen, dan gaat dat ten koste van de levensduur van zowel de motor als de poort.
Een poortvleugel heeft massa en beweegt met kracht. De aandrijving wordt daarom zo afgesteld dat de poort bij weerstand stopt en terugloopt, zodat een persoon, een dier of een auto niet klem komt te zitten. Daarnaast worden de knel- en schaarplaatsen bij het scharnierpunt en langs de sluitnaad beoordeeld en waar nodig afgeschermd.
Fotocellen bewaken de doorgang en houden de poort open zolang er iets tussen staat. Een waarschuwingslamp maakt de beweging zichtbaar voor wie eraan komt lopen. Bij een poort die in het donker of vanaf de openbare weg wordt gebruikt, weegt die zichtbaarheid zwaarder dan bij een poort achter op een besloten erf. Welke combinatie nodig is, hangt af van de plaats van de poort, het verkeer dat erlangs komt en de vraag of de poort ook zonder zicht erop wordt bediend.
De eenvoudigste opzet is een handzender per gebruiker. Komen er ook bezoekers, leveranciers of medewerkers zonder zender, dan ligt een codeklavier, een sleutelschakelaar, kentekenherkenning of een intercom met deuropener meer voor de hand. Bij bedrijven wordt de poort vaak gekoppeld aan het bestaande systeem voor toegangscontrole, zodat pas en poort onder hetzelfde beheer vallen. De losse onderdelen daarvoor staan bij bedieningscomponenten.
Een aandrijving heeft stroom nodig en de fotocellen en het klavier hebben bekabeling nodig. Ligt er nog niets, dan komt er een tracé van de meterkast naar de poort, meestal in een mantelbuis onder de bestrating. In die buis gaat doorgaans meteen een reserveleiding mee, omdat later opnieuw graven meer kost dan de buis nu.
Elke aandrijving heeft een noodontgrendeling, zodat de poort met de hand open kan als er geen spanning staat. Is de poort de enige in- en uitgang van het terrein, bepaal dan vooraf wie die ontgrendeling bedient en waar de sleutel ligt. Op een bedrijfsterrein is het verstandig dat vast te leggen in de ontruimingsinstructie.
De meeste storingen aan een geautomatiseerde poort komen niet uit de elektronica maar uit het mechanische deel: vervuilde of ontregelde fotocellen, een scharnier dat droog loopt, een vleugel die door verzakking gaat slepen, of bladeren en vorst in een ondergrondse put. Periodiek nalopen van de bevestiging, de smering, de krachtinstelling en de werking van de beveiliging houdt de poort betrouwbaar en verlengt de levensduur van de aandrijving. Borg Hekwerk adviseert de scharnieren jaarlijks te smeren en de aandrijving te laten controleren, en biedt daar een onderhoudscontract voor; wat er dan wordt nagelopen, staat bij service en onderhoud. Staat de poort stil, dan is de storingsdienst het juiste startpunt.
Borg Hekwerk automatiseert poorten en hekwerken van uiteenlopende typen, maar de techniek verschilt per type. Voor een schuifpoort of schuifhek draait het om motor, tandheugel, geleiding en eindposities; die staan bij schuifpoort automatisering. Voor een vouwpoort, waarbij de vleugels tijdens het openen naar elkaar toe vouwen, geldt een eigen scharnier- en aandrijfconstructie; die staat bij vouwpoorten. Het complete overzicht van typen vindt u bij poorten.
Veel poorten wel, maar niet iedere poort. Bepalend zijn de staat van de scharnieren, de stijfheid van het frame, de ruimte bij het scharnierpunt en de vlakheid van de ondergrond onder de draaicirkel. Borg Hekwerk beoordeelt dat op locatie. Loopt de poort nu al zwaar of zakt hij door, dan wordt dat eerst hersteld of afgesteld, want een motor lost een mechanisch probleem niet op.
Dat verschilt per situatie. De prijs wordt bepaald door het aantal vleugels, de breedte en het gewicht, de keuze voor een bovengrondse of een ondergrondse aandrijving, de benodigde beveiliging en bediening, en de vraag of er nog stroom en bekabeling naar de poort moet. Borg Hekwerk beoordeelt die punten en brengt op basis daarvan een offerte uit.
Dat hangt af van het gebruik, de omgeving en het type aandrijving. Borg Hekwerk adviseert de scharnieren jaarlijks te smeren en de aandrijving te laten controleren, en biedt daar een onderhoudscontract voor. Na een eerste inspectie wordt een passend interval afgesproken.
Ja. Elke aandrijving heeft een noodontgrendeling waarmee de vleugel met de hand beweegt. Spreek vooraf af wie die ontgrendeling bedient en waar de sleutel ligt, zeker wanneer de poort de enige in- en uitgang van het terrein is.
Een handzender, een codeklavier, een sleutelschakelaar, een intercom met deuropener, kentekenherkenning of een koppeling met een bestaand toegangssysteem. Welke combinatie logisch is, hangt af van wie er naar binnen moet: vaste gebruikers, bezoekers, leveranciers of alle drie.
Ja, maar met een andere aandrijving. Een schuifpoort rolt langs de doorgang en werkt met een motor op een tandheugel, met geleiding en eindposities. De aandachtspunten daarvoor staan bij schuifpoort automatisering.
Lees ook: elektrische draaipoort, poortautomatisering laten installeren en poort openen met afstandsbediening.